Hij had zich misrekend, Xerxes, hij dacht dat hij oppermachtig en onoverwinnelijk was, maar het liep anders. In het voorjaar van 480 v.Chr. trok hij vanuit het zuiden van het huidige Iran met een steeds aangroeiend leger op naar westen met als doel Hellas te onderwerpen. Zijn vader Dareios had dat tien jaar eerder ook al geprobeerd, toen alleen met een zeemacht, maar dat bescheiden leger was aan de Attische kust gestrand bij Marathon.
Xerxes pakte het grootser aan. Na de Hellespont te hebben overgestoken inspecteerde hij zijn troepen. Als we Herodotos mogen geloven telde het leger duizenden schepen en ruim anderhalf miljoen manschappen van uiteenlopende etniciteiten – Perzen en Meden natuurlijk, Assyriërs, Arabieren, Ethiopiërs, Frygiërs, Kolchiërs uit Georgië en zelfs Grieken. Misschien ook wel Koerden, al worden ze door Herodotos niet genoemd.
De onvoorstelbare legermacht trok Griekenland binnen, dronk de rivieren leeg, at alles op wat er groeide, plunderde Athene, maar faalde uiteindelijk jammerlijk. Na de zeeslag bij Salamis vluchtte Xerxes halsoverkop terug naar zijn residentie in het West-Iraanse Sousa. De troepen die achterbleven werden enige maanden later, in 479, door een verenigd Grieks leger onder leiding van de Spartaan Pausanias verslagen. In de euforie na de overwinning bouwde Athene bliksemsnel een imperium op, dat al een halve eeuw later tenonder zou gaan in een conflict met Sparta.
De Athener Aischylos, die in 490 bij Marathon had meegevochten, schreef in 472 een tragedie met de titel Perzen. Het stuk speelt in Sousa, waar koningin-moeder Atossa wacht op berichten van haar zoon Xerxes. Zij en de bejaarde edelen in haar entourage gingen ervan uit dat de koning in Hellas een éclatante overwinning zou behalen, maar nu komt een bode het verschrikkelijke bericht van de nederlaag brengen. ‘De kust van Salamis en alles in het rond / ligt vol met lijken van wie ongelukkig stierven,’ vertelt de bode (ik citeer uit de vertaling van Patrick Lateur). Xerxes leeft nog, maar bij de chaotische terugtocht komen vele strijders om. Aischylos geeft kleur aan de verliezen door al dan niet gefingeerde namen te noemen (met Ajas’ eiland wordt Salamis bedoeld):

De nobele Tenagon, rasechte Baktriër,
zwalpt rondom Ajas’ eiland waar de zee op inbeukt.
Arsames, Lilaios en ook als derde nog
Argestes kolken als verliezers rond het eiland
dat broedplaats is van duiven, bonken met hun lijf
op ruige rotsen, voorts Farnouchos uit Egypte,
zijn woning stond in de omgeving van de Nijl.
Arkteus, Adeues en als derde Feresseues,
de aanvoerder van dertigduizend zwarte ruiters:
zij vallen met z’n drieën van hetzelfde schip.

En dat gaat zo nog even door. Het koor van oude Perzen zingt een klaagzang, Atossa hult zich in diepe rouw. Ten slotte verschijnt Xerxes, die zich eindelijk realiseert dat zijn overmoed al die duizenden in het verderf heeft gestort: ‘Een ramp werd ik / voor stam en staat van onze vaderen.’ Het koor is nog steeds verbijsterd:

Waar is de rest van de massa vrienden?
Waar blijven zij die u terzijde stonden,
mannen als Farandakes,
Sousas, Pelagon en Datamas,
Psammis, en Sousiskanes
die uit Ekbatana kwam?

Aischylos’ tragedie, misschien eerder een oratorium dan een toneelstuk, werd opgevoerd voor een publiek van enkele duizenden Atheners, van wie velen in de voorste linies hadden gevochten. Zeker, in de tekst is even sprake van de vrijheidsdrang en moed van Athene, maar wat overheerst is een atmosfeer van verdriet, ontzetting en compassie. Dat is het wonder van Perzen, dat het zich, nog maar enkele jaren na de oorlog, verplaatst in de verliezers, mensen met exotische namen uit bijna mythische oorden in het verre Oosten.
Nu de Verenigde Staten en Israël het land van de Perzen bestoken, met schoorvoetende steun van enkele Europese regeringen, sla ik de Griekse tekst van Aischylos’ tragedie open om de litanie van het koor voor me uit te prevelen, als een seculier ritueel voor allen die gevallen zijn en nog zullen vallen. Natuurlijk, ik weet hoeveel leed de dictatuur van de ayatollah’s heeft veroorzaakt, ik ben weliswaar geen politiek analist maar zie in dat er verschillende perspectieven mogelijk zijn, allemaal met hun eigen gelijk. Toch ontzet het me dat onze eigen minister van Buitenlandse Zaken wel de Iraanse ambassadeur ‘op het matje’ roept, maar niet die van Israël en de VS. Is het zo vreemd dat Iran zich verdedigt tegen een aanval die in strijd is met welk internationaal recht dan ook?
Intussen wordt er uitbundig gemoord, gestorven, verwoest en gerouwd, en het einde is nog lang niet in zicht. Welke regisseur voert Aischylos’ Perzen op? Je hoeft er niets aan te actualiseren. Alles staat er al.

Piet Gerbrandy (1958) is dichter, classicus en redacteur van De Gids. Zijn meest recente dichtbundel is Niets dan dit. Een lijflied voor de ziel (2023), die ook integraal gestreamd kan worden via de gebruikelijke kanalen.

Meer van deze auteur